WISSINK'S MÖL

Het molenaarsambacht

In Duitsland is de naam Müller (Möller, Müllner enz.) een van de vaakst voorkomende familienamen. Ook in Nederland komen namen als Molenaar of Mulder vaak voor. Dat duidt op de betekenis van de molenaar door de eeuwen heen. Dat deze beroepsgroep een bijzondere status had blijkt ook wel daaruit dat ze het recht had op zon- en feestdagen te werken. Wanneer er genoeg wind was moest er gemalen worden, zo eenvoudig was het, of het nu een feestdag was of ’s nachts. 

Een molenaar moet goed met risico’s kunnen omgaan!

Het beroep van molenaar is een van de oudste ter wereld. Omstreeks 50.000 jaar geleden werd door de mens de maalsteen uitgevonden. Hierdoor werden ontwikkelingsstappen mogelijk naar een beschaving met continue beschikbaarheid van levensmiddelen. De mens kon daardoor in vaste nederzettingen gaan wonen. Vanaf zo’n 5000 jaar v.Chr. ontwikkelde zich in wat grotere dorpen het handwerk van molenaar. De Romeinen gaven sterke impulsen aan de verdere ontwikkeling van de molen- en maaltechniek. Hun klokvormige molens werden door paarden, ossen of slaven aangedreven. In het jaar 25 v.Chr. werd door Vitruvius voor het eerst een via een waterrad aangedreven molen genoemd. Het vermogen van zulke molens was ongeveer een paardenkracht.

Het kruien van een molen vereist kracht!

In Europa werden de eerste standerd(wind)molens omstreeks het jaar 1000 gebouwd. In de daaropvolgende eeuwen kreeg de ontwikkeling van de windmolens een enorme vlucht. Binnen enkele eeuwen leidde dit tot wel 40 verschillende industriële bewerkingen die door molens met behulp van wind of water werden uitgevoerd. Deze episode van de 15de tot en met de 17de eeuw wordt wel de eerste industriële revolutie genoemd. In Nederland was de ontwikkeling van poldermolens van zeer grote betekenis. In Nederland ligt immers meer dan de helft van het land onder zeeniveau.

Een zaagmolen bedienen is een vak apart!

 

Zonder molens, impliciet zonder molenaars, had de wereld er nu beslist heel anders uitgezien. Het leven van een molenaar was echter verre van gemakkelijk. Het werk was gevaarlijk en vaak moest er lang en ook ’s nachts worden gewerkt. Stormen en overstromingen brachten enorme gevaren en risico’s met zich mee. Werd een molen vernield dan stond zijn existentie op het spel. Molenaar worden was ook geen eenvoudige zaak. Na een leertijd van vier jaar bij een meester-molenaar ging de gezel nog vier jaar rondtrekken van de ene molen naar de andere. Pas daarna kon hij in aanmerking komen voor de meestertitel.

Het scherpen (billen) van maalstenen moet je leren!

Toen het met de molens na 1900 bergafwaarts ging werd tevens het molenaarshandwerk met uitsterven bedreigd. Gelukkig heeft een toenemend bewustzijn van de cultuurhistorische waarde van de molens ertoe geleid dat er weer een opleving kwam. In de huidige situatie wordt, naast de nog actieve professionele molens, een toenemend aantal wind- en watermolens draaiende gehouden door vrijwillige molenaars. Op deze wijze wordt het ambacht van molenaar voor de toekomst zeker gesteld. Dat de UNESCO in december 2017 heeft besloten het ambacht van molenaar op te nemen op de lijst van “immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid” is een enorme erkenning, die onderstreept hoezeer zulk een ambacht ook nu nog een grote maatschappelijke taak en betekenis heeft.