Wissink’s Möl, de prachtige windmolen in het pittoreske Usselo, heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot het begin van de 19e eeuw. De molen werd in 1802 gebouwd door Jan Hendrik Wissink, van een lokale familie die al generaties lang een agrarisch bedrijf had. Het idee om de molen in Usselo te bouwen ontstond toen de familie Wissink merkte dat de dorpen in de regio moeite hadden om een betrouwbare windmolen te vinden. De molen was bedoeld om het graan van de Wissink’s en tevens de omliggende boeren te malen voor de dagelijkse broodproductie. In totaal hebben 5 generaties Wissink tot 1921 met de molen gewerkt.
De Möl kreeg rond 1896 concurrentie van de Lonneker Landbouwcoöperatie die een machinale maalderij lieten bouwen. Een groot deel van de inkomsten viel toen weg. De dagen van de molen waren daarmee geteld. In 1921 besluit de laatste molenaar Gerrit Hendrik Wissink de molen af te breken. De historische waarde van de molen werd echter tijdig onderkend door de historicus J.J.van Deinse. Deze slaagt er in zijn vriend Jan Bernard van Heek te overtuigen de molen te kopen en deze te herbouwen te Buurse. Van Heek had namelijk het plan tot de aanleg van een openluchtmuseum en de molen zou daarin het middelpunt worden. Zo begon de molen in 1921 te Buurse aan de tweede fase van zijn leven. Het gedicht van J.J.van Deinse (zie kader) getuigt van deze eerste redding van Wissink’s Möl. Echter, Jan Bernhard van Heek overleed in 1923 en heeft daardoor zijn idee van een openluchtmuseum nooit kunnen verwezenlijken.
Daar op de heide in het Buurserzand raakte de molen door weersinvloeden, vandalisme en ongedierte steeds meer in verval. In 1957 liet de Stichting Edwina van Heek, welke het beheer voerde over de nalatenschap van J.B. van Heek, de molen ingrijpend restaureren. Na de restauratie droeg zij het beheer van de molen over aan Natuurmonumenten. De molen is echter in Buurse nooit in bedrijf genomen, hetgeen voor het behoud van een molen fataal is. Verval trad in. In 1972 raakte de molen zwaar beschadigd door een hevige storm. Voor de zekerheid, in afwachting van een mogelijke restauratie, werd de molen afgebroken.
Dan ontstaat het idee de molen weer terug te plaatsen op “d’oale stee” (de oude plek) te Usselo. Een regionaal comité brengt een aantal Twentse cultuurorganisaties samen, die eendrachtig aan de slag gaan om Wissink’s Möl terug te krijgen op zijn oude plek. De gemeente Haaksbergen wil de molen echter niet aan Enschede afstaan. Er ontbrandt een juridische strijd om de molen die vijf jaar duurt. Uiteindelijk neemt de Raad van State in 1978 het besluit dat de molen terug mag naar Usselo.
De restauratie van Wissink’s Möl op de Erve Wissink wordt ter hand genomen door molenbouwer Beckers uit Bredevoort. De molen wordt vervolgens in 1982 maalvaardig opgeleverd en komt dan onder beheer van de “Stichting Wissink’s Möl”. Voor de tweede maal gered, is een nieuw tijdperk voor Wissink’s Möl aangebroken. Tegenwoordig is Wissink’s Möl een populair cultureel erfgoed, waar bezoekers kunnen leren over de geschiedenis van de molen, over het maalproces en het molenaarsambacht.
Wissink’s Möl is niet alleen een stille getuige van het verleden, maar ook een levend symbool van verbinding, tussen de geschiedenis van Usselo en haar bewoners. Het is een plek waar het verhaal van traditie en vernieuwing samenkomen, en waar de wieken van de molen nog steeds draaien, ondanks de veranderende tijden.
Ìk zin ‘ne oale stenderkast
Oet achtteenhonderdtwee,
Do mi-j Jan Heenik Wissink ginn In Ossel bouwen dee
Ik heb as Wissinks Möl bekènd, Op ‘t oale èrve doar
‘t Zoad van ‘n Osseler Esch emaald Hoast honderd twintig joar
De ni-jje tied met zinnen stoom Dee hef’t mi-j an edoan,
As gedacht’nis vuur ‘t noageslacht Kwam ‘k op diss’ stéé te stoan
In negenteen honderd twintig een Hef Jan Bernard van Heek
Mi-j kof en do weer op ebouwd Hier achter Zonnebeek